Evaluatie- en experimenteel onderzoek

Evaluatieonderzoek naar het vsv-beleid 2012-2015

Met de nieuwe vsv-convenanten stelt het ministerie van OCW jaarlijks 56 miljoen euro beschikbaar voor regionale vsv-middelen om voortijdig schoolverlaten terug te dringen. Ook wordt 58 miljoen euro voor prestatiesubsidies voor scholen en instellingen beschikbaar gesteld. De inzet van deze middelen en het vsv-beleid zijn vanaf de start van de convenanten in 2012 begeleid door een monitorings- en evaluatieonderzoek.

Enerzijds zijn de RMC-regio's die de regionale vsv-middelen aanvragen verplicht om aan een algemeen driejarig monitorings- en evaluatieonderzoek deel te nemen. Anderzijds is er een vrijwillig deel met een experimentele onderzoeksopzet. Eind 2014 wordt een integraal eindrapport opgeleverd van beide evaluatieonderzoeken.

1. Het algemene deel van het evaluatieonderzoek

Het algemene deel van het evaluatieonderzoek monitort het regionale verband tussen het vsv-beleid inclusief de beschikbaar gestelde middelen en de regionale vsv-resultaten. Het onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoeksbureau Panteia (Research voor Beleid).
Contactscholen en contactgemeenten worden in 2012, 2013 en 2014 benaderd door het onderzoeksbureau. De resultaten van de onderzoeksactiviteiten in 2012 dienen als nulmeting. Elk jaar wordt een enquête gehouden onder de contactgemeenten en contactscholen. Deze enquête gaat onder meer over de (keten)samenwerking, de visie op het vsv-beleid, de organisatie van de onderwijsprogramma's en plusvoorzieningen en de mening over de behaalde resultaten. Eenmaal per jaar zal daarnaast in de RMC-regio's een focusgroep met relevante betrokkenen worden geïnterviewd door het onderzoeksbureau. Hierbij worden naast de contactscholen en contactgemeenten ook andere partners betrokken. Aan de regio's wordt tot slot gevraagd beschikbare documentatie toe te sturen aan het onderzoeksbureau, zoals de Regionale Probleemanalyse 2012-2015. In 2014 richt het onderzoek zich mede op de borging van de vsv-aanpak.

Bij het ondertekenen van de nieuwe convenanten heeft een deel van de regio's aandacht gevraagd voor de veranderende beleidscontext. In een sideletter bij de convenanten noemen deze regio's een aantal beleidsontwikkelingen die het realiseren van de vsv-doelstellingen kunnen bemoeilijken: bezuinigingen op jeugdzorg, wijzigingen in de sociale zekerheid, invoering van passend onderwijs, invoering van de entreeopleiding en hogere eisen voor Nederlands, rekenen en Engels. In de opzet van het evaluatieonderzoek is rekening gehouden met de punten die in de sideletters aan bod komen. Het onderzoek richt zich onder andere op de invloed van het aanpalende beleid op het aantal vsv'ers.

Regio's met een sideletter:

Regio 1 Oost-Groningen (ROC's)
Regio 2 Noord-Groningen Eemsmond (ROC's)
Regio 3 Centraal en Westelijk Groningen (ROC's)
Regio 10 IJssel Vecht
Regio 13 Achterhoek (onderwijsinstellingen)
Regio 22 West Friesland
Regio 24 Noord Kennemerland
Regio 25 West Kennemerland
Regio 28 Haaglanden
Regio 38 Gewest Limburg Noord (onderwijsinstellingen)
Regio 39 Gewest Zuid Limburg (onderwijsinstellingen)

De mbo-raad heeft een heeft een verklaring opgesteld die voor bovengenoemde regio's als basis heeft gediend voor hun regionale sideletter. Enkele regio's hebben de verklaring integraal overgenomen.

2. Evaluatieonderzoek met een experimentele onderzoeksopzet

In dit deel van het evaluatieonderzoek zijn ROC's uitgenodigd om een nieuwe vsv-maatregel uit te voeren. De nieuwe aanpak moet naast de huidige werkwijze worden vormgegeven. De crux is dat er een experimentele groep jongeren èn een controlegroep ontstaat binnen een school of regio. Op deze manier hoopt het ministerie van OCW inzicht te krijgen in het effect van specifieke aanpakken. Aan ROC's is gevraagd een voorstel in te dienen dat past binnen é én van de onderstaande thema's:

  • plusvoorziening
  • loopbaanoriëntatie- en begeleiding
  • geïntegreerde overgang vmbo-mbo
  • intake
  • verzuimbeleid

Het ministerie van OCW selecteert maximaal vijf aanvragen voor deelname aan het onderzoek en draagt bij aan de kosten van de experimentele onderzoeksopzet. Het gaat om € 50.000 per jaar per ROC, voor een periode van 3 schooljaren (2012-2013, 2013-2014 en 2014-2015).


Aanval op schooluitval